de Bijbel

 
TERUGBijbel_menu.html

Geloofsvorm en betekenis

(van den H. Athanasius, bisschop van Alexandrië. Geschreven in het jaar 333 na de geboorte van Christus)


Artikel 1:

Zo wie wil zalig zijn, dien is vóór alle dingen nodig, dat hij het algemeen geloof houde.


Artikel 2:

Zo iemand dit niet geheel en ongeschonden bewaart, die zal zonder twijfel eeuwig verloren gaan.


Artikel 3:

Het algemeen geloof is dit, dat wij den Enigen God in de Drieheid, en de Drieheid in de Eenheid eren;


Artikel 4:

Zonder de Personen te vermengen, of het wezen en de zelfstandigheid te delen.


Artikel 5:

Want de Persoon des Vaders is een ander; die des Zoons is een ander; die des Heiligen Geestes is een ander;


Artikel 6:

Maar de Vader, en de Zoon en de Heilige Geest, hebben één Godheid, gelijke eer en gelijke eeuwige heerlijkheid.


Artikel 7:

Hoedanig de Vader is, zodanig is ook de Zoon, zodanig is ook de Heilige Geest.


Artikel 8:

De Vader is ongeschapen, de Zoon is ongeschapen, de Heilige Geest is ongeschapen;


Artikel 9:

Onmetelijk is de Vader, onmetelijk is de Zoon, onmetelijk is de Heilige Geest;


Artikel 10:

De Vader is eeuwig, de Zoon is eeuwig, de Heilige Geest is eeuwig;


Artikel 11:

Nochtans zijn het niet drie eeuwigen, maar het is één eeuwige;


Artikel 12:

Gelijk het ook niet drie ongeschapenen of drie onmetelijken zijn, maar één ongeschapene en één onmetelijke is.


Artikel 13:

Desgelijks is de Vader almachtig, de Zoon almachtig, de Heilige Geest almachtig;


Artikel 14:

En nochtans zijn het niet drie almachtigen, maar het is één almachtige.


Artikel 15:

Alzo is ook de Vader God, de Zoon God, de Heilige Geest God;


Artikel 16:

En nochtans zijn het niet drie Goden, maar het is één God;


Artikel 17:

Alzo is de Vader Heere, de Zoon Heere, de Heilige Geest Heere;


Artikel 18:

En nochtans zijn het niet drie Heeren, maar het is één Heere.


Artikel 19:

Want gelijk wij door de Christelijke waarheid genoodzaakt worden, een iegelijken Persoon afzonderlijk God of Heere te noemen,


Artikel 20:

Alzo is ons ook door het algemeen geloof verboden drie Goden of Heeren te belijden.


Artikel 21:

De Vader is van niemand gemaakt, noch geschapen, noch gegenereerd;


Artikel 22:

De Zoon is van de Vader alleen, niet gemaakt, noch geschapen, maar gegenereerd;


Artikel 23:

De Heilige Geest is van de Vader en de Zoon, niet gemaakt, noch geschapen, noch gegenereerd, maar uitgegaan.


Artikel 24:

Zo is er dan één Vader, niet drie Vaders; één Zoon, niet drie Zonen; één Heilige Geest, niet drie Heilige Geesten.


Artikel 25:

En in deze Drieheid is niet eerst of laatst, niet meest of minst;


Artikel 26:

Maar de ganse drie Personen hebben gelijke eeuwigheid, en zijn zichzelf allezins gelijk;


Artikel 27:

Zodat alom (gelijk nu gezegd is) de Eénheid in de Drieheid en de Drieheid in de Eénheid te eren zij.


Artikel 28:

Daarom zo iemand zalig wil worden, die moet aldus van de Drievuldigheid geloven.


Artikel 29:

Maar het is tot de eeuwige zaligheid nodig, dat hij ook de menswording van onzen Heere Jezus Christus getrouwelijk gelove.


Artikel 30:

Zo is dan het rechte geloof, dat wij geloven en belijden, dat onze Heere Jezus Christus, Gods Zoon, God en mens is.


Artikel 31:

Hij is God, uit de zelfstandigheid des Vaders vóór alle tijden gegenereerd; en een mens uit de zelfstandigheid Zijner moeder in den tijd geboren;


Artikel 32:

Volkomen God, volkomen mens, hebbende een redelijke ziel en een menselijk vlees;


Artikel 33:

Den Vader gelijk naar de Godheid, minder dan de Vader, naar de mensheid.


Artikel 34:

Die, hoewel Hij God en mens is, zo is Hij nochtans niet twee, maar één Christus;


Artikel 35:

Hij is één, niet door verandering der Godheid in het vlees, maar door de aanneming der mensheid in God;


Artikel 36:

Hij is één, niet door vermening der zelfstandigheid, maar door éénheid des Persoons.


Artikel 37:

Want gelijk de redelijke ziel en het vlees één mens zijn, alzo is God en mens één Christus.


Artikel 38:

Die geleden heeft om onze zaligheid; nedergedaald is ter helle; ten derden dage weder is opgestaan van de doden;


Artikel 39:

Opgevaren is ten hemel; zittende ter rechterhand Gods, des almachtigen Vaders;


Artikel 40:

En van daar zal komen om te oordelen de levenden en de doden;


Artikel 41:

Bij wiens komst alle mensen zullen weder opstaan met hun lichamen;


Artikel 42:

En van hun eigen werken rekenschap geven.


Artikel 43:

En die goed gedaan hebben, zullen in het eeuwige leven gaan, maar die kwaad gedaan hebben, in het eeuwige vuur.


Artikel 44:

Dit is het algemeen geloof, hetwelk, indien iemand het niet getrouw en vast gelooft, die zal niet kunnen zalig worden.