----------------------------------------------------------------------------------------

WWW.WAKKERMENS.EU

----------------------------------------------------------------------------------------



----------------------------------------------------------------------------------------
2020.01.05 AVOND
(Ps 145:4 ; Ps 84:1+2+6 ; Ps 73:14 ; Ps 89:8)
boek x:x-x (x-x) (x-x)
Zondag x
"titel"
  1. een
  2. twee
  3. drie
(1) ;
(2) ;
(3) ; AMEN.

----------------------------------------------------------------------------------------

2020.01.05 OCHTEND
(Ps 43:1+3+4 ; Ps 25:6 ; Ps 119:62+64 ; Ps 73:13 ; Ps 19:5+7)
Mattheus 13:44-53 (44) (893-895)
-
geen titel
  1. geen punten
  2. geen punten
  3. geen punten
(x) De Heere Jezus sprak veel met gelijkenissen om de apostelen/de mensen te leren; ze beginnen steeds met "... het Koninkrijk der hemelen ..."; dat is het beeld van de Nieuwe Hemel en de Nieuwe Aarde; het is ook voor ons; deze vergelijking gaat over de persoonlijke bekering; bent u als die man uit vers 44?; v44 -> stel je werkt jarenlang op een akker, door weer en wind, denk je dan dat er een schat zou zijn; nee!; zo is het met het Koninkrijk Gods ook -> een verborgen schat -> van extreme waarde; wat, waarom is die schat zoveel waard?; het is een schat van troost en genade; de Heere Jezus; die schat is zo dichtbij en we gaan er zo gemakkelijk voorbij; de natuurlijke mens kan die schat niet zien; en voor de natuurlijke mens zal ook niets moois vinden aan deze schat; alleen een geestelijk herboren mens kan die schat zien en er iets moois aanvinden; de godsdienstige mens heeft de Bijbel in de hand, maar niet in het hart; zo dichtbij en toch zo ver weg; pas dus goed op voor de dingen van de wereld en ook voor godsdienstigheid; v44b -> die man denkt nog alleen aan de schat; maar vond de man de schat, of vond de schat hem?; de schat zocht ons; wij zoeken de Heere Jezus niet, maar Hij zocht ons; en Hij zoekt nog steeds naar zondaars; die man was bezig in de akker van Gods Woord en vond het Evangelie, als de enige grootste schat ter wereld; was die man toevallig op die akker?; nee, het was Gods leiding; de Heere God greep hen en de Schat (de Heere Jezus) zocht hem; onze ogen gingen open (van u ook?); voor het eerst zagen we de armoede van de wereld, dus van de wereldse dingen; DUS -> de schat ligt in de grond van de akker; de schat vindt hem, uit de grond en de man verbergt de schat weer, de man koopt de akker; dus meer van de Heere Jezus en minder van mij; m.a.w.: verkoop (geef) uw zonden aan de Heere Jezus; Agrippa (koning uit het OT) kon niet breken met de zonden, en verloor de schat; wij moeten dus ook strijden tegen de zonden (de wereld, de eigen ongehoorzaamheid en de duivel); is dat niet zoooo moeilijk in ons leven, maar door geloof hebben we de hulp van de Heilige Geest; als je eenmaal de schat gezien hebt, wil je niets anders meer; wij, heiligen, dus ook niet; je gaat zien hoe zondig je bent; door geloof (alleen) kun je om niet (dus gratis, zonder geld) die gerechtigheid (van de Heere Jezus Christus) kopen; m.a.w. onverdiende genade!; geloof is een bedelaarshand, die smeekt om genade; want wat heeft die bedelaar nog te verliezen?; niets dus; in het Woord ligt deze schat begraven; ga weg van alles (van de wereld) waar je aanvast zit; en doe als die man van die gelijkenis; onthoud dat het genade is; DUS -> alles van de wereld vergaat en de hemelse schatten zijn voor eeuwig; AMEN.
(2) ;
(3) ; AMEN.

----------------------------------------------------------------------------------------

2019.12.08 AVOND
(Ps 8:3+4 ; Ps 121:1 ; Ps 74:16+17+19 ; Ps 33:7 ; Ps 130:2+3)
Romeinen 5:12-21 (12-21) (1050-1051)
Zondag 3
"Zicht op troost door de ellende heen"
  1. de schepping
  2. de verwoesting
  3. de herschepping
(1) De Heere Jezus zegt tegen Zijn discipelen, "zonder Mij kun je niets doen" en dat geldt ook voor ons; na deze dienst (90 min) gaan we weer naar huis en denken vanavond doen we dit en morgen weer dat...; maar is dat zo (gemakkelijk); we zijn voor alles van de Heere God afhankelijk, zelfs dat onze harten blijven kloppen; de val in de zonde (en dat is alleen onze schuld) heeft alles veranderd; maar in welke toestand waren we dan voor de val?; we kunnen niet weten hoe het is om geheel rechtvaardig/perfect te zijn; het antwoord staat wel in Zondag 3, vraag 6; daar staat: ""; zo waren wij als mensheid (Adam en Eva) dus ooit geweest, maar hoe zijn wij nu?; in welke staat verkeren wij nu?; dat staat in Zondag 2, vraag 5 : ""; wij haten de Heere God en onze naasten; dat is in ons diepste onze staat; de ergste vorm van haat is het negeren van iemand; daar maak je iemand helemaal gek mee; wij negeren de Heere God terwijl Hij ons steeds roept, dag in dag uit; we gebruiken de Heere God als een wandelstok, als we Hem nodig hebben pakken we Hem uit de hoek en als we denken dat we het zelf kunnen zetten we Hem terug in hoek naast de paraplu´s; hoe is dat nu zo gekomen?; als je voor de rechter staat wordt je zaak onderzocht, en indien je schuldig bent bevonden, krijgt je straf, maar alleen straf voor de gedane zaken; onze Rechter straft ons voor de gedane zaken, maar zeker ook voor de oorzaak van die gedane zaken; die oorzaak is het haten van Hem en van onze naasten; heeft de Heere God dan een weeffoutje gemaakt bij de schepping?; nee!; natuurlijk niet; Hij heeft alles goed gemaakt met de mens als kroonjuweel; in ware gerechtigheid (dat we recht kunnen doen) en heiligheid (dat we het ook willen doen); ken ik de Heere God recht en heilig? (zoals Adam en Eva voor de val); het teleurstellende antwoord is: nee, ten diepste helemaal niet; we kenne Zijn grootste diepten niet; en we kunnen Hem dus ook niet liefhebben; door iemand te kennen, ga je iemand pas liefhebben; hoe kun je iemand liefhebben liefhebben, die je helemaal niet kent?; in lastige onstandigheden leer je pas iemand echt kennen; dat kennen we ook uit ons leven; (ongelovige) mensen stellen wel eens de vraag wat we moeten doen in de hemel voor een eeuwigheid; zou het niet gaan vervelen na een paar dagen?; nee; want de diepten en hoogten des Heeren zijn zooooo groot;
(2) onze verwoesting; -> wat heb ik er op tegen om Hem te mogen kennen en zo compleet lief te hebben?; hoe ben ik toch zo afgeweken?; hoe is het toch mogelijk?; vanwaar deze verdorvenheid?; door de val in het paradijs en de ongehoorzaamheid van Adam; Adam en Eva hadden werkelijk alles en toch deden ze het?; Adam en Eva kozen voor onafhankelijkheid van de Heere God, dus voor zichzelf!; wij willen onszelf zijn!; ik wil gewoon mijzelf zijn, onafhankelijk van de Heere God; dat is fout van ons; het gaat erom dat wij kleiner worden in ons en dat de Heere God groter in ons; Adam en Eva wilden onafhankelijkheid => macht dus; dat gaat zo in de wereld in de wereld; maar ook in de kerk; "ik wil dat zaken zo gaan als ik het wil dat ze gaan"; omdat Adam en Eva verdorven werden (door hun eigen schuld), worden wij als kinderen des toorn geboren; 1 keer raden wie dan onze vader is; dat geldt ook voor pasgeboren baby´s; die zonde, de erfzonde, doet alle deuren dicht; stel dat je sinds je geboorte nooit gezondigd hebt, dan klaagt die (erf-)zonde je aan; daarom sta je altijd schuldig voor de Heere; zelfs een baby; daarom kan de Heere God rechtvaardig ons voor bij gaan en ons straffen; en daar is nu het wonder dat er nog verlossing is voor ons; verlossing voor totaal verdorven mensen; verdorven mensen geneigd tot alle kwaad; daarom kunnen we zonder een Verlosser niet bij de Heere God komen; sommige mensen zeggen: "als de Heere 999 stappen zet, en ik er dan eentje bij zet, komt het wel goed"; dat is geen genade; genade + werken = wet; genade + niets = genade; als je een beetje toevoegt aan de genade, wordt het meteen wet; in deze verdorvenheid ligt ook onze vreugde;
(3) de herschepping; ; AMEN.

----------------------------------------------------------------------------------------

2019.11.17 OCHTEND
(Ps 90:7 ; Ps 119:9 ; Ps 49:1+2 ; Ps 86:5 ; Ps 149:3+5)
Johannes 6:35-59 (45) (987-988)
-
"de ware avondmaalganger"
  1. onwankelbare grond
  2. het onveilbare werk des Heeren
  3. onmisbaar komen tot Christus
(1) gelezen werd het formulier om het Heilig Avondmaal te houden (pag 93-95); daarin staat dat het Woord van de Profeten vast staat; het schijnt als een licht in ons donkere hart; in JOH 6:35-59 staat dat de schare de Heere Jezus Christus volgde; maar waarom?; om de dingen die Hij geeft of om Wie Hij is?; en wij?; volgen wij de Heere Jezus om wat we krijgen of om Wie Hij is?; en u lezer?; het geloof omhelst Christus in de belofte van het Woord; het Woord Gods door de profeten; in dit schriftgedeelte Jesaja en Jeremia; dat gaat over het nieuwe verbond, het genadeverbond; in v45 staat dat allen geleerd zullen worden van dat Woord, van dat genade-verbond; moeten we dit nu letterlijk of geestelijk nemen?; hoe zit het dan met de Goddelijke Uitverkiezing?; als het moeilijk wordt, gaan we vaak de Schrift geestelijk nemen, maar neem de moeilijke weg en neem het letterlijk; dus alle kinderen worden verlost?; en de Uitverkiezing?; je kunt gewoon de Heere geloven op Zijn Woord of geloof je Hem niet?; dat heeft niets met de Heere God te maken, maar met jouw en mijn ontrouw; het is niet de schuld van de Heere God; maar hoe zit het met iemand die belijdenis gedaan heeft en van het geloof is afgevallen?; is die persoon wel van het geloof afgevallen of eventjes de weg kwijt; de ham-vraag is: op welke belofte rust jouw en mijn leven?; ren naar de Heere naar zijn toren (SPR) en vertrouw dat Hij getrouw is en dat jij het niet bent;
(2) het onveilbare werk des Heeren -> ben je tot Christus gekomen?; hoe kom je tot Christus?; de Heere Jezus zegt in v45: "Een iegelijk dan, die het van den Vader gehoord en geleerd heeft, die komt tot Mij."; wat leert de Vader dan?; antwoord: het behoud van Zijn kinderen; dat er vergeving in het offer van de Heere Jezus, de Zone Gods, is voor zondaars (dieven, leugenaars, roddelaars, ...); 2 KOR 6:9-12; en dat Hij een rechtvaardig God is; de volledige toorn (over onze schuld/zonde) is op de Heere Jezus terecht gekomen; als de Wet je aanklaagt, en je inziet dat je compleet hulpeloos staat, gedoemd, dan zie je die grote genade; nou een moordenaar is echt wel slecht, heel erg slecht; maar ben ik dan ook een zondaar?; ja!; ik doe toch sommige dingen best wel goed en ik heb nog nooit een moord gepleegd; de Heere God laat dan door de Wet zien hoe Hij is en dat je volledig tekort schiet; als een spiegel is de Wet; laat je alleen zien dat je een ellendige zondaar bent; niets van wat we doen kan de Heere God echt bekoren; bij leren hoort ook corrigeren (een tik en strafwerk); zodat je leert om op de goede (de smalle) weg te blijven; het offer van de Heere Jezus Christus aan het kruishout van Golgotha is voldoende geweest; er is geen andere offer of werk meer nodig; alleen door geloof wordt je gered; welk middel hadden we dan om bij de Heere God te kunnen komen?;
(3) onmisbaar komen tot Christus -> alles wat je ooit dacht; was leuk en aardig, maar de gang naar Christus is het enige goede; sta dus op en ga; het komen tot het Avondmaal is komen tot Christus; wat is het u/jou waard?; wat houdt je tegen om naar het Avondmaal te gaan, naar Christus te gaan?; dat ben je zelf; dus niet de Heere God; de mens doet alles om de Heere te ontwijken; in het welvaarts-evangelie kun je de Heere God volgen en jezelf blijven; drukken dan niet de zonden zwaar op je schouders?; ja, maar eerst probeer ik het nog zelf, zo wordt ik iets beter (minder zondig); MAAR de Heer zoekt juist zondaars; stop met jezelf oppoetsen, ga dus naar de Heere; mag ik wel komen, ben ik wel geschikt?; de gang naar het Avondmaal dus; niemand zal ooit geschikt zijn om aan het Avondmaal deel te kunnen nemen; mishaag jezelf aan je zonden en geloof dat je zeker vast staat op het Woord des Heeren; op de belofte van de Heere; de Heere houdt Zich altijd aan Zijn beloften; je kunt je een oordeel eten (1 KOR 11:29), maar je kunt je ook een oordeel zitten op de kerkbank of thuis op de sofa; negeer Gods open armen niet, Zijn middelen gegeven voor ons; AMEN.

----------------------------------------------------------------------------------------

2019.10.20 OCHTEND
(Ps 80:11 ; Ps 1:7+9 ; Ps 51:2+3 ; Ps 51:4 ; Ps 103:2)
Johannes 8:1-11 (6b) (990-992)
-
geen titel
  1. de Heere Jezus schrijft in de aarde
  2. de Heere Jezus schrijft in het geweten
  3. de Heere Jezus schrijft in het hart
(1) De Heere Jezus schrijft in het zand in deze versen; V6b is een parel in het Woord Gods; alles gebeurt vlak voor het loofhuttenfeest; JOH 7:37 -> in dit voorgaande vers stijgt de vijandschap tegen de Heere Jezus Christus; zoek, lezer, net als de Heere Jezus (v1) stille tijd met de Heere; v2 -> al het volk kwam tot de Heere Jezus en de Farizeeen vonden dat niet fijn en zochten een reden om Hem te doden; ze vonden een reden: de overspelige vrouw; overspel was en is een zonde; zie secondlove, overspel is een spel met alleen verliezers; de Heere Jezus preekt met de mensen en de Farizeers lopen naar binnen en eisen alle aandacht; dat staat in v3-5; vraag: waar was de overspelige man gebleven?; ze vragen de Heere Jezus: "moeten wij haar steningen volgens de Wet?"; dat was een strikvraag; de vrouw wordt gebruikt als een pion om de Heere Jezus schaakmat te zetten; v6 -> "verzoekend"; wat doet de Heere Jezus?; "maar, Jezus" - tegenstelling; Hij geeft geen antwoord; wat schreef de Heere Jezus in v6 en v8?; niemand weet het?; (lees de KT en de Bijbelcommentaren van Calvijn); de Heere Jezus vond het niet waardig om met hen te praten; neemt de Heere Jezus afstand van wat de Farizeers zeggen?; v7 -> ze blijven maar aanhouden;
(2) in vers 7 komt er dan antwoord; de heere Jezus draait de rollen om; Hij houdt zich aan de Wet: de getuigen moesten dan als eerste gooien (steningen); dus iedereen zonder zonden mocht beginnen met gooien; niemand gooide; de Heere Jezus stelt iedereen schuldig onder de Wet; v7 -> oordeelniet, want iedereen is een zondaar; vermaan wel in liefde; keur de zonde nooit goed; en was er iemand zonder zonden?; nee, niemand; alleen de Heere Jezus en de vrouw bleven over, de rest was weg gegaan; dat lees je in v9a; ze dropen af want de Heere Jezus schreef in hun geweten; een heilzame onrust; een knagend gevoel; dat is positief, want hun geweten klaagde hen aan; en het is negatief, dat ze weggingen; iedereen heeft de genade van de Heere Jezus nodig; ze gingen niet naast de vrouw staan, iedereen mens is schuldig; al bij de geboorte; hun geweten, preciezer de gevoeligheid ervan, verhardde (lees v 59); daar pakken we stenen op om de Heere Jezus, de Zone Gods, te steningen; laat je niet gevoelloos worden voor je zonden, bid de Heere erom;
(3) v9b; de Heere Jezus alleen met de vrouw; de Farizeers konden ook blijven om vergeving te vragen; echter (door te blijven?) bekent de vrouw schuld; want alleen de Heere Jezus was zonder schuld; en kon Hij dan wel de eerste steen werpen?; in principe wel; er staan twee mensen; een barmhartige en een ellendige; in v11-12 ontvangt de vrouw vrijspraak in de genade; is de Wet dan fout?; nee, het bloed van het Lam redde haar; het was er ook voor de anderen, echter die gingen weg; en gingen dus niet naar de Heere Jezus voor vergeving; de vrouw verdiende de dood; volgens de Wet voor haar overspel en ook als straf voor haar gehele zonden; echter Zijn bloed redde haar (door geloof), want ze erkende haar zonden: door geloof en door het belijden van haar zonden (ze bleef staan); "ga heen en zondig niet meer"; de Heere Jezus keurde haar zonden echt niet goed; Hij handhaaft de Wet en vergeeft door geloof en belijden van zonden; de twee weldaden; rechtvaardiging -> heiligmaking; dat lezen we trouwens in v11; en voor ons?; strijd in de macht Gods tegen de driehoofdige macht van de zonden (de wereld, je erfzonde en de duivel); voor alle zonden is er vergeving door het bloed van de Heere Jezus; er is nog nooit een zondaar afgewezen door Hem; staat u nog bij de vrouw?; de Farizeers hadden beter kunnen blijven; en waar was de man die ook overspel pleegde?; wat een grote genade; AMEN.

----------------------------------------------------------------------------------------

2019.10.20 AVOND
(Ps 92:1 ; Ps 32:3 ; Ps 14:2+3+7 ; Ps 85:1 ; Ps 89:8)
Romeinen 3:9-31 (23-24) (1048-1049)
-
"om niet gerechtvaardigd"
  1. diepe val
  2. verlossing door Christus
  3. om niet verkregen
(1) In het begin was alles goed; zeer goed; Het kroonjuweel van de schepping was de mens; de mens was zo slim, zoveel kennis; de mens had de volledige kennis van de Heere God; ze zouden eeuwig leven in het paradijs; er stond ook de boom des levens on het paradijs; Adam en Eva hadden de Heere God volkomen lief; en de Heere verheugde Zich in Hem; A en E stonden recht(vaardig) voor de Heere; echter toen kwam de zondevel van de mens; de Heere werd verdacht gemaakt door de verleider; een seconde later zag de mens wat hij gedaan had; de vreugde was weg; "Adam, waar zijt Gij?"; de liefde voor de Heere was weg; het werk-verbond werd een genade-verbond; zie daarvoor GEN 3:15; en wij proberen door goed te doen, gerechtvaardigd te worden; A en E werden weggestuurd uit het paradijs en de Heere sloot de toegang af; wij zondigen met woorden, gedachten en daden; onze werken zijn van nature zondig en schieten te kort voor de Heere; van nature praten wee liever over koetjes en kalfjes en niet over de grootheid van Zijn Majesteit; wat leven er voor een zwarte zondige gedachten in ons hoofd en hart; die worden ons ook aangerekend, naast onze zondige daden in woord en daad; welke straf verdienen wij daar dan voor?; dat is de dood!; de zonde heeft ons hart verhard; anders zouden we zeker elke nacht wakker liggen van onze ellendige staat; we zouden alles, ja alles, wat de weredld te bieden heeft naast ons leggen en echt tijd besteden aan onze Schepper; lezen in Zijn Woord en veel meer bidden; en beseffen dat je hebt gezondigt tegen een heilige God; en er is niemand die Hem zoekt!; in vers 11; maar hoe kan het anders?; niet door jezelf (eigen werken) kun je je verdiende straf ontduiken; maar door de zoekende liefde van de Heere; over de "dagelijkse zonden": "iedereen doet het toch?" en "het zal wel meevallen"; wij zijn echter vijanden Gods (geworden); zonder Zijn genade, is er niet anders dan eeuwige verdoemenis;
(2) er is verlossing van deze verdiende straf; we worden zelfs vrij gesproken van deze straf; we krijgen gratie: Koninklijke gratie; en dat terwijl we elke dag onze schuld groter maken!; is het wel eerlijk om de ene mens te verkoren en de andere mens weer niet?; ja, niemand heeft iets te eisen van de Heere God; terwijl we geen haar beter zijn, worden we onder de genade van het Evangelie gebracht; dat Woord Gods laat je niet onveranderd; het is niet van ons uitgegaan, maar alleen, ja alleen, vanuit de Heere God uitgegaan om ons te redden uit de eeuwige verdoemenis; en dus niet uit ons; de Heilige Geest in ons is zo krachtig; je begint te zien hoe zondig je bent en dat er verlossing is in Christus Jezus; het geloof, een gave Gods, is jouw rechtvaardiging; de Heere werkt door Zijn Woord en hoe kan dat je nou niet raken?; antwoord: als de Heere je niet die gave van het geloof geeft; wij, gelovigen, waren nig vijanden van de Heere toen Hij ons zocht; want niemand is goed en zoekt de Heere;
(3) v11; de Heere Jezus, de Zone Gods, hing voor ons aan een kruis; alle zonden van de wereld kwamen op Hem en Hij stierf en Hij stond weer op; voor ons; onze straf droeg Hij; i.p.v. slaven van de wereld/van de zonde zijn we nu slaven van Hem geworden; geen slaven van de zonde, op weg naar de eeuwige verdoemenis, maar slaven van de Heere Jezus, slaven van het genadeverbond; zij werden en zijn eigendom van de Heere Jezus; en dood voor de zonde; die genade is eenzijdig; van de Heere God tot ons; het is voor ons gratis; maar niet voor de Heere Jezus; Hij heeft heel erg veel geleden; niets uit ons kan rechtvaardig zijn voor de Heere God; gelukkig komt het uit de Heere; we kunnen niet meer vallen, we zijn dood voor de zonde; de zonde heeft geen vat meer op ons; wak zou ons kunnen scheiden van de liefde Gods?; deze hoop (zekerheid) is volkomen; wij, hier in Opheusden, weten toch dat we in Christus zijn en niet kunnen vallen?; het is een groot voorrecht om bij Hem te zijn; ga dus weg van de brede weg!; godsdienstigheid zal je ook niet redden; Abraham was niet gered door godsdienstigheid, maar door zijn geloof; wij, kinderen Gods, zijn dan onschuldig; de schuld is betaald door Christus; door Zijn bloed en met Zijn bloed; ik wilde dat ik nooit meer zoude zondigen; AMEN.

----------------------------------------------------------------------------------------

2020.xx.xx AVOND/OCHTEND
(Ps x:x ; Ps x:x ; Ps x:x ; Ps x:x ; Ps x:x)
boek x:x-x (x-x) (x-x)
Zondag x
"titel"
  1. een
  2. twee
  3. drie
(1) ;
(2) ;
(3) ; AMEN.

----------------------------------------------------------------------------------------
TERUG NAAR HET EXTRA-MENU
----------------------------------------------------------------------------------------
bijgewerkt op 20.11.2019
----------------------------------------------------------------------------------------